Du holde Kunst zijn de eerste woorden van An die Musik, een van de mooiste en meest bekende Schubert-liederen. An die Musik gaat over de troost die de ‘holde Kunst’ (hold, uit te spreken met een korte ‘o’ als in ‘hol’). Hold betekent volgens Van Dale alleen lieflijk, maar in de Duden vinden we ook als tweede betekenis genadig, dienstbaar, goed gezind. In de Duitse literatuur worden hold en lieblich ook wel samen gebruikt, dus waarschijnlijk zingt de tweede betekenis mee in de eerste.*

Du holde Kunst werd op vrijwel iedere Schubertiade gezongen en is het laatste Schubert-lied dat Fritz Wunderlich uitgevoerd heeft, kort voor zijn veel te vroege dood. Het is ook de titel van een boek van Maarten ‘t Hart, dat op zijn beurt echter weer zijn titel ontleend heeft aan het Schubert-lied.

Op deze site is de lieflijke kunst waaraan gerefereerd wordt, de liedkunst. De term liedkunst klinkt een beetje ouderwets, maar het zal duidelijk zijn dat het hier om kunst en liederen gaat. Het is echter niet zozeer de kunst van het zingen van liederen, als wel die van het zingen van kunstliederen, van liederen die tot de kunst gerekend worden. Vrijwel altijd zijn dat liederen uit de klassieke muziek en voor het overgrote deel stammen ze uit de romantiek.

Lees verder >>>

 

Du holde Kunst - over de liedkunst

Kirchschlagers ‘bess’res ich’

foto:  Nikolaus Karlinsky

Schumann-liedrecital Angelika Kirchschlager, mezzosopraan, Helmut Deutsch pano, gehoord: vrijdag dertig november 2012, Muziekgebouw, Amsterdam, met in het voorprogramma Bernadeta Astari

Angelika Kirchschlager heeft een stem die van een onberispelijk soort schoonheid is. Een zeer harmonische opbouw van boventonen geeft iedere noot iets fluweligs, zelfs fortissimo-noten. Dat zou saai kunnen zijn, maar doordat de stem een specifiek timbre heeft en heel licht iets androgyns heeft, blijft hij altijd opwindend.

Haar lyrische mezzosopraan doet het vooral goed in ‘Hosenrollen’, operarollen waarin vrouwen jonge jongens of soms zelfs mannen vertolken. Kirchschlager werd er wereldberoemd mee, kregen overal lovende besprekingen, zong in alle grote operahuizen en verdiende de titel Kammersängerin. Vanaf het begin zong ze ook liederen, onder meer onder invloed van een van haar docenten, Walter Berry. Door haar drukke operacarrière bleef er echter weinig tijd voor over. Twee jaar geleden nam ze afscheid van het internationale operatoneel – ze treedt vrijwel uitsluitend nog in Oostenrijk op. Dat afscheid hield geen verband met haar stem die nog net zo fraai en jeugdig is als altijd, maar eerder met de afkeer van de lange periodes van afwezigheid. Zo kwam er tijd vrij voor haar oude liefde, liederen.

Voor de serie grote zangers van het Muziekgebouw aan ‘t IJ bracht Kirchschlager een programma dat uitsluitend uit Schumann–liederen bestond. Dat telde maar liefst negenentwintig liederen en daarmee zeer veel verschillende karakters. Tot de personages die Kirchschlager tot leven moest wekken behoorde ook de raadselachtige, enigszins jongensachtige Mignon  uit Goethes Wilhelm Meisters Lehrjahre. Verder hielden haar liederen vrijwel geen verband met de Hosenrollen die ze in de opera vertolkte. Andere personages waren de Lorelei, de tragische Koningin Maria Stuart, maar vooral veel verschillende jonge vrouwen, vaak wachtend op of denkend aan de geliefde.

Gouden schaaltje
Kirchschlagers stem is ideaal voor liederen, in ieder geval voor liederen met pianobegeleiding. Toen ik haar naam en stem voor ’t eerst hoorde, moest ik denken aan kersen op slagroom. Al klopt dat etymologische helemaal niet, de associatie met slagroom hebben wel meer mensen, al zou je met haar stem ook honing of fluweel kunnen vergelijken. Hoe zacht of hard ze ook zingt, het is altijd mooi. Uiteraard is schoonheid een subjectief iets en dat geldt voor voorkeuren voor stemvakken nog meer. (Zelf ik daar wat minder eenkennig in.) Als ik het wat objectiever probeer te formuleren: de stem spreekt gemakkelijk aan, in alle registers,  je krijgt ook het gevoel dat ze er moeiteloos alles mee kan doen wat ze wil. Ze maakt prachtige lijnen, heeft een zeer goede timing, een afwisselende dynamiek en een goed inlevingsvermogen in de personages. Heel aangenaam – zeker voor liederen - is dat ze haar klinkers in het laag en het midden vrijwel nooit kleurt. Samen met haar klankschoonheid geeft dat het ook het effect alsof de woorden ons zwart op wit op een gouden schaaltje worden aangereikt.  Het geeft haar echter ook de vrijheid om de klinkers juist weer wel te kleuren wanneer de expressie daarom vraagt. (Wel kun je als je heel goed luistert haar Oostenrijkse afkomst horen, wat een beetje doet denken aan de Pfälzische inslag van Wunderlich.)  Haar medeklinkers zijn iets minder duidelijk, hier heeft ze een - begrijpelijk - compromis gesloten ten gunste van het legato. Wat haar vooral tot een uitmuntend liedzangeres maakt, is dat je heel goed kunt horen dat ze precies de betekenis van ieder woord en elke noot weet. Kortom Kirchschlager bezit veel eigenschappen die nodig zijn om liederen op een ideale manier te zingen, ze verdient dan ook vaak een negen.

Zeven-en-een-half
Tijdens het concert in het Muziekgebouw aan ’t IJ was het eerder een zeven-en-een-half. Voor menige zanger of zangeres zou dat een goed cijfer geweest zijn, maar voor haar niet. Het concert leed zeker voor de pauze aan een gebrek aan rust:  Kirchschlager nam niet echt de tijd voor de lyrische en gevoelige momenten. Aan haar begeleider lag dat niet: die ondersteunde haar fraai en voorbeeldig. Hij koos soms wat snelle tempi maar dat zal ongetwijfeld in overleg geweest zijn. Het feit dat ze inclusief de toegift dertig, vaak vrij korte liederen zong maakte de inleving van publiek en zangeres er ook niet gemakkelijker op.  Ook ontbrak het haar af en toe aan energie, wat een paradox lijkt, maar het niet is. (De verklaring daarvoor gaf ze echter in het interview dat ik de volgende ochtend met haar had, zie hierna.)
Een zeven-en-een-half wil natuurlijk wel zeggen dat ze echt goed zong. Een aantal liederen voerde ze zelfs fenomenaal uit. Dat gold zeker voor enkele liederen die ze vlak voor de pauze zong, waaronder Die Soldatenbraut. Dit portret van een vrouw die met enigszins brutaal weergegeven trots de angst voor het sterven van haar soldaat overstemt was op Kirchschlagers lijf geschreven. Ook na de pauze waren er heel bijzondere momenten, zoals der Nußbaum waarin alle rust die eerder ontbrak nu aanwezig was en de toegift, het eerste lied uit Myrthen. Kirchschlager zong het met zoveel energie dat het leek alsof ze het liefst alle vijfentwintig resterende Myrthen erachteraan had gezongen.

Alter ego
Widmung -
 zo heette de toegift - beluit met de woorden: ‘mein bess’res ich’, mijn betere ik, mijn alter ego, zo u wil. In het lied wordt daarmee de geliefde bedoeld, maar bij dit concert zou je het ook kunnen betrekken op Kirchschlager zelf. Bij de beoordeling van het concert zit haar betere ik haar – of mij -  een beetje in de weg. Toch, als dit concert één indruk bij mij heeft achtergelaten, dan is het wel deze: dat ik haar zo snel mogelijk opnieuw wil horen.

Meer over Kirchschlager en dit concert, vindt u in het interview dat ik met haar had op de ochtend na het concert. Ik ben het nu aan het uitwerken en ik zal het snel publiceren, wilt u op de hoogte blijven, volgt u dan @dredeman op twitter

Angelika Kirchschlager na het concert met Bernadeta Astari (rechts) en Kanako Inoue (foto geheel tegen mijn principes gemaakt met flits, maar wel met de superkleine Nikon S01)

Bernadeta Astari als voorafje

De klank van een soubrette en een lyrische mezzosopraan lijken in het ontbreken van scherpe boventonen wel wat op elkaar. Soms zingen ze zelfs hetzelfde repertoire. De boventonen van beide stemsoorten vullen elkaar ook goed aan, zodat een zeer harmonisch geheel ontstaan. Dat is fraai te horen bij de cd met duetten die Angelika Kirchschlager en Barbara Bonney hebben opgenomen. In die zin was de keuze om Bernadeta Astari in het voorprogramma van Kirchschlager op te nemen, niet zo vreemd.
Voor Astari was het uiteraard een risico, want het roept een vergelijking op. Bij een grootheid als Kirchschlager kan zoiets uiteraard heel gemakkelijk in je nadeel uitvallen. Astari wist zich echter zich echter goed staande te houden. Net als tijdens de finale van het IVC liet ze horen over een zeer fraaie stem, veel muzikaliteit  en zeer goede acteertalenten te beschikken. Ze had ook bewust een programma gekozen, zo vertelde ze na het concert, dat op de juiste manier afweek van dat van Kirchschlager. De Nederlandse componisten Paul Seelig en Bernhard van de Sigtenhorst Meyer vormen bovendien een welkome afwisseling op het gebruikelijke repertoire.
Een schoonheidsfoutje was dat de uitspraak van het werk van Van de Sigtenhorst Meyer wat te zeer naar het Duits neigde. Ik noem het in dit geval een schoonheidsfoutje, omdat ik bij klassieke zang liever een iets minder Nederlandse uitspraak van het Nederlands hoor: onze taal is naar mijn smaak geen mooie zangtaal. Christoph Prégardien en Rudolph Janssen (Alphons Diepenbrock) en Rachel-Ann Morgan (Anna Cramer)  hebben al eerder laten horen dat een andere moedertaal zeker geen nadeel hoeft te zijn bij het zingen van Nederlandse teksten. Astari werd fraai en elegant begeleid door Kanako Inoue, waarbij vooral opviel dat de twee zeer op elkaar ingespeeld waren.
Een belangrijker kritiekpunt op het voorprogramma van Astari was dat het wat kort was – maar misschien is dat eigenlijk ook juist wel weer een compliment :)


Bewerking van een detail van het manuscript van 'An die Musik' met de woorden 'Du holde Kunst' in het handschrift van Schubert

Agenda:

(ook via Twitter)

Dinsdag 11/12 20.15:
Robert Holl, Rudolf Jansen, Concertgebouw kleine zaal: o.a. Schumann op. 39, Moesorski, Borodin, Rachmaninoff

Dinsdag 18/12 20.15,
Mojca Erdamann sopraan, Gerold Huber piano, Concertgebouw kleine zaal: Schubert & Strauss

 

: